
In Buchten en omgeving zijn diverse sporen van bewoning uit het begin van onze jaartelling aangetroffen. Tijdens de aanleg van het Julianakanaal in 1924 vonden opgravingen plaats die onder leiding stonden van de archeoloog Dr. Remouchamps. In het gebied genaamd den Wielder gelegen aan de westzijde van het dorp werden de fundamenten van een Romeinse villa van het

Door sommige historici is wel verondersteld dat met de naam Bettinum of Bittinum die in een oorkonde van 1 oktober 704 voorkomt de plaats Buchten wordt bedoeld. In deze oorkonde wordt vermeld dat de edelman Aengilbaldus - zoon van Hildebold - een deel van zijn bezittingen aan de missionaris Willibrordus schenkt.
In het jaar 943 wordt in het zogenaamde Balderik-charter goederen van de Utrechtse Sint-Maartenskerk aan familie tijdelijk in gebruik gegeven. Daarin is sprake van een curtis, een hoofdhoeve, die in de villa Wilere was gesitueerd waarvan onderhorig was een kerk die lag op het landgoed Buochem en een andere kerk in de villa Fischelo. Heel waarschijnlijk wordt met Buochem de plaats Buchten aangeduid, Fischelo is dan een samenvoegsel van de namen Elen en Vissersweert en de plaats Wilere is de door een Maasoverstroming rond 950 vergane plaats Wielder.

In de een brief van de collegiale kerk van Sint Bartholomeus te Luik uit het jaar 1031, die een schenking uit de periode 1008-1018 memoreert, wordt Buchten als allodium de BUTINES vermeld en bij testamentaire beschikking van prins-bisschop Balderik II van Loon, via zijn broer Giselbert aan het kapittel van Sint Bartholomeus geschonken.
